Op 13 december publiceerde de Hoge Gezondheidsraad haar adviezen omtrent de de maatregelen nodig om het overdrachtsrisico op chikungunya-virus via bloedtranfusie of transplantatie te beperken.
Het chikungunya-virus wordt overgedragen via de tijgermug (Aedus aegypti en A.albopictus) die vooral in Zuidoost Azië voorkomt maar ook - door de opwarming van de aarde - sporadisch in Zuid-Europa (streek rond Ravenna, Italië) opgemerkt is. Zie ook het editorial van de NEJM.
Het virus blijft na besmetting een 3 tot 12 dagen in het bloed aanwezig en veroorzaakt symptomen die op Dengue-koorts lijken: koorts, hoofdpijn, vermoeidheid, spierpijn en - verschillend van Dengue - arthralgiën vnl. thv pols en enkels.