|
Indicatie
|
Target range
|
Target
|
|
Preventie veneuze trombose, preventie DVT, Preventie arteriële en cardiale trombose, voorkamerfibrillatie, kleplijden, biologische klepprothese
|
2.0 - 3.0
|
2.5
|
|
DVT ondanks antico therapie in voornoemde streefwaarden; Longembolie
|
2.5 - 3.5
|
3.0
|
|
Mechanische klepprothese 2de generatie Klepprothese 1ste generatie:
|
2.0 - 3.5 2.5 - 4.0
|
3.0 3.0 – 3.5
|
De PT-waarden, uitgedrukt in %, die sterk afhankelijk zijn van de gebruikte apparatuur en het gebruikte reagens, verschillen wél t.o.v. de vroegere waarden en zijn daarom minder aangewezen voor opvolging van de therapie. De INR, de International Normalized Ratio, houdt rekening met de interlotvariatie van het gebruikte reagens en is daarom beter geschikt als opvolgingsparameter, zeker bij omschakeling van toestel of reagens of indien een vergelijking tussen twee laboratoria nodig mocht zijn.
De aPTT grenswaarden zullen eveneens wijzigen, terwijl de normaalwaarden voor fibrinogeen ongewijzigd blijven.
02/05/2006
Ter gelegenheid van de ingebruikname van nieuwe stollingsapparatuur werden de referentiewaarden voor INR herzien en geconformeerd met de internationale literatuur. Ook de voorgedrukte INR-kaartjes werden aangepast.