U bent hier

Gewijzigde richtlijnen voor gevoeligheidsbepaling aan antibiotica

15-01-2018

Het bepalen van de gevoeligheid van een kiem aan antibiotica is een complexe materie.

Door middel van een MIC-bepaling (Minimale Inhibitorische Concentratie, dit is de laagste concentratie van het antibioticum die de groei van de kiem remt) wordt getracht de gevoeligheid in vivo te voorspellen. Hiervoor worden de MIC’s aan de hand van een lijst met breekpunten omgezet naar de interpretatie S (gevoelig), I (intermediair) of R (resistent). Dit proces wordt uitgevoerd volgens een bepaalde norm.

De Amerikaanse CLSI (Clinical and Laboratory Standards Institute) was tot 2012 de meest gebruikte norm in ons land. Onder impuls van de European Society for Clinical Microbiology and Infectious Diseases werd het European Committee on Antimicrobial Susceptibility Testing (EUCAST) opgericht om de verschillende richtlijnen die in Europa gebruikt werden te standaardiseren. Deze Europese richtlijnen houden meer rekening met de farmacokinetische en farmacodynamische eigenschappen van een antibioticum. In het labo werden de richtlijnen vanaf 16 november 2017  overgeschakeld van CLSI naar EUCAST.

De rapportering van het antibiogram naar de clinicus zal met beide richtlijnen hetzelfde zijn, namelijk S, I of R. Alleen zijn de EUCAST breekpunten doorgaans strenger dan de CLSI breekpunten. Daardoor kunnen kleine wijzigingen in resistentie optreden. Bijvoorbeeld voor E. coli zullen de resistentiecijfers voor fluoroquinolonen en 3de generatie cefalosporines hoger liggen bij het toepassen van de EUCAST richtlijn, in vergelijking met de CLSI richtlijn.

Verder zullen bepaalde kiem-antibioticum combinaties niet meer gerapporteerd worden daar EUCAST hiervoor geen breekpunten ter beschikking stelt (bijvoorbeeld amoxicilline voor stafylocokken, trimethoprim voor Enterobacteriaceae).