Tijgermug rukt op in België: Dengue dichterbij dan je denkt
In dit artikel
Epidemiologie en transmissie van dengue

Dengue (knokkelkoorts) wordt veroorzaakt door het denguevirus, waarvan vier serotypes bestaan (DENV-1 t.e.m. DENV-4). Het denguevirus wordt overgedragen door muggen die overdag actief zijn: de gelekoortsmug (Aedes aegypti) en de tijgermug (Aedes albopictus).
De ziekte is wijdverspreid in (sub)tropische gebieden, maar het aantal besmettingen wereldwijd is de laatste decennia snel toegenomen, vooral in stedelijke gebieden. Nu de tijgermug ook in Zuid-Europa gevestigd is, doen zich vaker kleine uitbraken van dengue voor (bijvoorbeeld in Frankrijk). Ook in België is de tijgermug geen onbekende meer. Ze duikt vaker op en heeft op enkele locaties succesvol overwinterd. Voorlopig werden enkel geïmporteerde gevallen van dengue vastgesteld bij reizigers, maar waakzaamheid is geboden.

Locaties van meldingen van tijgermuggen door burgers via MuggenSurveillance in België in 2024.
Kliniek
Ongeveer 1 op 4 mensen die besmet zijn met het denguevirus ontwikkelt symptomen na een incubatieperiode van 3 tot 14 dagen. Het overgrote gedeelte van de symptomatische personen vertoont milde klachten zoals plotseling opkomende koorts, hoofdpijn (vooral achter de ogen), spier- en gewrichtspijn, huiduitslag, misselijkheid en braken. Deze fase duurt meestal 2 tot 7 dagen. Een minderheid (<5%) van de besmette personen ontwikkelt een ernstige vorm van dengue: severe Dengue (voorheen bekend als dengue hemorragische koorts en dengue shock syndroom). Zonder de juiste supportieve behandeling kan deze ernstige vorm levensbedreigend zijn.
Een infectie met één van de serotypes geeft levenslange immuniteit tegen dat specifieke serotype. Na infectie kan er tijdelijk kruisbescherming zijn tegen de andere serotypes, doorgaans gedurende 1 tot 2 jaar, nadien verdwijnt deze bescherming. Bij een nieuwe infectie met een ander serotype is de kans op het ontwikkelen van ernstige dengue groter.

Diagnostiek
De diagnostiek van dengue gebeurt voornamelijk door middel van serologie waarbij IgM- en IgG-antistoffen gemeten worden met behulp van ELISA.
- IgM-antistoffen kunnen al 4 dagen na het ontstaan van de koorts worden aangetoond in het serum en zijn ongeveer tot 3 maanden aantoonbaar. Omdat er kruisreactiviteit tussen IgM-antistoffen tegen andere flavivirussen kan voorkomen, is voor een betrouwbare diagnose een tweede serummonster aangewezen (idealiter 14 dagen na het eerste monster).
- IgG-antistoffen ontstaan na ongeveer 10-14 dagen en blijven levenslang aanwezig. Vals positieve IgG resultaten zijn mogelijk na gele koorts vaccinatie (tot 1 jaar na vaccinatie) of door kruisreactie met andere flavivirussen. Bij een secundaire infectie vindt de zeer uitgesproken IgG stijging plaats vóór de ontwikkeling van IgM antistoffen.
Via serologie is het niet mogelijk om een onderscheid te maken tussen de vier serotypes.
Naast antistoffen kan ook het ‘dengue Non Structural Protein 1’ of het ‘NS1-antigeen’ bepaald worden. Deze is gedurende de eerste 7 ziektedagen (viremische fase) in het bloed aantoonbaar en vertoont geen kruisreactiviteit met andere flavivirussen. Hierdoor is de positief voorspellende waarde hoog (> 95%). De sensitiviteit is echter lager en neemt snel af naarmate de infectie vordert. Detectie van dengue-RNA in serum door middel van RT-PCR is ook alleen mogelijk tijdens de eerste ziektedagen en is daarom beperkt bruikbaar. Typering van de vier dengue serotypes wordt alleen toegepast voor epidemiologisch en wetenschappelijk onderzoek.
Vermeld steeds de reisgeschiedenis, de datum van start symptomen en de vaccinatiestatus (gele koorts, dengue) op het aanvraagformulier voor een correcte interpretatie van de dengue-serologie.
Behandeling & preventie
Er is geen antivirale behandeling voor dengue beschikbaar. De behandeling is symptomatisch. Het gebruik van NSAID’s is niet aangewezen omwille van een verhoogde bloedingsneiging.
Er is een vaccin beschikbaar dat antistoffen opwekt tegen de vier serotypes van het denguevirus en dat de kans op een ernstig verloop vermindert.
Vaccinatie is geïndiceerd bij personen ≥ 6 jaar die langer dan 4 weken of frequent reizen naar hoogrisicogebieden én die in het verleden al dengue hebben doorgemaakt (minstens 6 maanden vóór de start van de vaccinatie).
Adviseer steeds muggenwerende maatregelen, vooral overdag.
Belangrijk aandachtspunt
Personen reeds besmet met dengue moeten tijdens de viremische fase (7 dagen) absoluut vermijden om door een tijgermug te worden gestoken en zo mogelijk het virus verder te verspreiden, ook in België.
